Alle ogen gericht op… Simon Weeda!

Simon Weeda is schrijver. Voor Kwatta gaat hij de komende 4 jaar héél véél stukken schrijven. Simon zit ook in de Artistieke Raad van Kwatta. Kortom, tijd om hem eens het hemd van het lijf te vragen. 

Foto: Floor Fortunati

 

Wie is dat, Simon Weeda?  

Hemeltjelief… wie is dat? 

Goed dan, ik ben Simon Weeda, ik ben 33 jaar. Ik ben toneelschrijver. Ik heb een hond en een vriendin. Ik ben net verhuisd van Den Haag naar Arnhem. Ik houd erg van natuur en heb graag dieren om me heen. In mijn nieuwe tuin komen zeker ook dieren. Kippen, ik wil ook wel een geit. O ja, ik eet geen dieren.  

Heb je altijd al schrijver willen worden? 

Ja. En als ik geen schrijver zou worden, wilde ik dierenmanagement gaan studeren. Ik zag mezelf al als verzorger van veelvraten, dat zijn mijn favoriete dieren. Zoek maar op wat dat zijn; hele stoere, eigenzinnige, speelse beesten. Maar mijn vriendin vertelde me dat er een school voor schrijvers bestond in Utrecht. Daar ben ik toen naartoe gegaan. Een geweldige opleiding. Eigenlijk wilde ik boeken schrijven en geen toneelstukken, maar bij het eerste toneelstuk dat ik schreef gingen mensen huilen. Dat was zo’n enorme kick. Toen vond ik toneelschrijven ineens veel interessanter!  

”Als ik geen schrijver zou worden, zag ik mezelf als verzorger van veelvraten”

Wil jij je publiek altijd laten huilen? 

Nee hoor, lachen mag ook. In het theater mag je samen dingen voelen. Dat is het mooie eraan.  

Moet je zelf ook weleens huilen als je schrijft? 

Nooit. Alles wat ik schrijf probeer ik wel hardop uit. Dan schreeuw ik soms de hele boel bij elkaar. Zo kun je voelen wat een personage voelt en of dat werkt of niet. Mijn vriendin is daar al helemaal aan gewend.  

Je moeder is toch ook een schrijver? Eigenlijk valt de appel dus niet ver van de boom. 

Ja, mijn moeder heeft veel kinderboeken geschreven. Dat vond ik heel normaal. Soms droeg ze een verhaal aan mij op. En met de kinderboekenweek mocht ik wel eens mee als ze ging voorlezen. Sommige jongetjes in haar boeken lijken op mij. 

Eén keer had ik als kind Paul Biegel aan de lijn, een heel beroemde schrijver. Hij vroeg: Is je moeder thuis? Daar was ik erg van onder de indruk.  

Schrijf jij alleen voor kinderen? 

Nee hoor, ook voor volwassenen. Maar veel van wat ik voor kinderen schrijf, is ook interessant voor volwassenen. 

Andersom werkt dat niet. Volwassenen denken anders dan kinderen, hebben vaste ideeën. Bijvoorbeeld over politiek, én ze doen vaak alsof ze snappen hoe de wereld werkt. Eigenlijk denk ik dat kinderen veel meer snappen dan we denken en dat volwassenen vaak juist een stuk kinderlijker zijn.  

Dan is het toch veel leuker om voor kinderen te schrijven?  

Nee. De leukste teksten zijn voor kinderen én volwassenen.  

”Volwassenen denken anders dan kinderen. Eigenlijk denk ik dat kinderen veel meer snappen dan we denken en dat volwassenen vaak juist een stuk kinderlijker zijn”

En wat ga je voor Kwatta doen? 

Op dit moment ben ik deel 4 van de Familie van Nielie aan het schrijven, dat heet ‘Alleen Thuis’. Het gaat over de kinderen Pam en Jonathan die alleen thuis zijn, samen met de drieling baby’s en de filosoof die in de kast woont. Ik neem het stokje over van Jibbe Willems, die het vorige deel schreef. Daarin bleek moeder Saar zwanger van een drieling, dus daar borduur ik nu op voort. In december komt de voorstelling uit, bij Kwatta in het Badhuis. 

En verder, wat ga je nog meer voor Kwatta schrijven? 

Ik loop al heel lang met een plan rond, dat we nu, de komende 4 jaar, bij Kwatta gaan maken. Het heet Donkerdam. 

Vertel? 

Donkerdam is een niet-bestaande stad, die we in een paar jaar tijd op gaan bouwen. We gaan toneelstukken schrijven die zich afspelen in Donkerdam, personages uit Donkerdam komen in de echte wereld op bezoek  in de klas, de burgemeester van Donkerdam gaat op de thee bij de burgemeester van Nijmegen, er komen podcasts, Donkerdamkranten, een Donkerdamjournaal en… een Donkerdam groep 8-musical. Kinderen kunnen ook zelf dingen gaan verzinnen voor Donkerdam. Bijvoorbeeld een nieuwe wijk ontwerpen, waar wij dan weer mee aan de slag kunnen. Er doen ook andere makers aan mee; schrijvers, architecten, noem maar op. We willen met Donkerdam een wereld maken die niet na één voorstelling klaar is, maar die voort blijft bestaan. En waaraan we met kinderen verder kunnen bouwen. Ook op het gebied van educatie en in samenwerking met scholen. Misschien krijgen kinderen wel een eigen adres in Donkerdam waar post naar toe gestuurd kan worden. 

”We willen met Donkerdam een wereld maken die niet in een voorsteling klaar is, maar die voort blijft bestaan”

Wie gaan er wonen in die stad? 

Veel moeten we nog ontdekken, maar een paar bewoners ken ik al wel: Bijvoorbeeld het Muizenloeder, dat is een oude lerares die lekker chagrijnig is. Er is een rattenvanger, wetenschappers en er is een burgemeester die ik het lekker moeilijk wil maken. Alle inwoners in Donkerdam kunnen net een beetje gekker zijn dan in het echt. Wie weet grijpen de kinderen wel de macht in Donkerdam.  

Wordt het een stad waar je zelf ook zou willen wonen?

Oeh, spannend. Donkerdam wordt magischer, mysterieuzer dan de echte wereld, met kelders, een vieze stinkfabriek en rondom natuur… Als je schrijft woon je daar vanzelf een beetje, in je hoofd. 

“Wie weet grijpen de kinderen wel de macht in Donkerdam”

Ik hoor het al. Het is maar goed dat je schrijver bent geworden en geen dierenverzorger. 

Je weet het nooit. Ik kan ook nog een schrijvende boswachter worden. Of een wandelende schrijver die veel in het bos loopt. 

Als Donkerdam af is, mag Staatsbosbeheer me altijd bellen!